GUILLAUME BIJL

De theatrale blik introduceert dus niet alleen fictie, maar ook orde en regelmaat. Guillaume Bijl heeft niet alleen een hekel aan fictie, maar in zekere zin ook aan orde en regelmaat. Hij strijdt elke suggestie af dat zijn werken symmetrisch zouden opgebouwd zijn. In het interview in DWR raakt hij uit zijn humeur als de interviewers opmerken dat zijn werken heel symmetrisch zouden zijn opgebouwd. Op de opmerking van DWR: “De symmetrie lijkt wel degelijk een strategie, ze dient om bepaalde elementen in de installatie te beklemtonen. 

 

In de Turnzaal staat de springplank perfect in het midden…” antwoordt Bijl: “Die springplank staat niet in het midden, die staat scheef – wat in het midden hangt, is de basketbalring, omdat dat zo hoort… Vele installaties zijn … symmetrisch opgebouwd omdat hun voorbeelden in de werkelijkheid ook symmetrisch zijn. … Vaak lijkt de installatie symmetrisch als je van de foto uitgaat, terwijl de echte installatie helemaal niet symmetrisch was. In veel installaties probeer ik de symmetrie juist te breken. Nee, ik ga totaal niet akkoord (met het feit dat symmetrie een strategie van hem zou zijn – MH).” Het is duidelijk: niet de fictie, niet het theatrale, niet het hypergeordende, niet het perfecte, maar wel het realistische – met al wat dat aan toevalligheden, imperfectie en gebrek aan symmetrie inhoudt – is het belangrijkste in het werk van Bijl.

REALITEITSBOUWER

Bijl vertrekt in zijn transformaties en situaties niet vanuit een decorontwerp, van een strakke conceptie hoe een ruimte er zou moeten uitzien. Integendeel, hij brengt elementen samen in de ruimte, bouwt ze – soms op het laatste ogenblik – om voor de nieuwe doeleinden. Hij improviseert als het ware – zoals ook in het ware leven een ruimte meestal niet volgens een strak ontwerp als een decor wordt opgebouwd, maar geleidelijk gevuld met de vereiste benodigdheden – of dat nu caravans, bidets, lusters of objecten van een overleden componist zijn. Die niet planmatig voorbedachte manier van werken is voor Bijl een manier om het theatrale te saboteren, om de realiteit een zo groot mogelijk aandeel te geven, om elke voorbedachtheid, elk geïdealiseerd theatraal kijken (zoals Verschaffel het noemt) te voorkomen. Precies omdat die idealisering de waarachtigheid van zijn transformaties en installaties te kort doet. Natuurlijk: ook fotografen, etalage- en beurzenbouwers hanteren symmetrische ontwerpen voor hun ‘echte’ decors. Maar Bijl prefereert kleine afwijkingen, hij wil geen decor van de realiteit maken. Hij wil de realiteit zelf bouwen.

CONTACT

Bijkomende vragen over onze beeldenroute?

Neem contact op met één van onze medewerkers